Wormenbak

Waarom composteren met een wormenbak ?
Composteren met een wormenbak is een methode om keukenafval te
recycleren tot een rijke donkere, naar bosgrond ruikende grond of
bodemverbeteraar. Het grote voordeel van wormencompost is dat men hem zowel
binnen- als buitenshuis kan maken.
Zo kunnen ook mensen die op een appartement wonen hun groente- en fruitafval
composteren.
Hoe ziet de wormenbak eruit ?
Een wormenbak ziet er uit als een stapelbare polybox bestaande uit 3
etages. Hij heeft een deksel welke voorzien is van een sluitsysteem en een
ventilatieopening. De wormenbak heeft een dubbele of driedubbele bodem waarvan
enkel de onderste zeef is geperforeerd.
Het gedeelte tussen de onderste bodem en de eerste geperforeerde bodem doet
dienst als reservoir en is voorzien van een aftapkraantje.
Waar plaatsen we de wormenbak ?
Men plaatst de wormenbak niet in de volle zon en men zorgt er ook voor
dat hij is beschut tegen de vrieskou. De ideale plaats is onder een afdak, op
het balkon, op de koer, in de garage of in het tuinhuis.Als het gaat vriezen dan
bescherm je de wormenbak met een oud tapijt of noppenplastiek. Je kan ook boven
het voedsel een stuk karton of een oude dweil leggen.
Hoe geraak je aan wormen ?
De compostwormen komen niet vanzelf in de bak. Neem contact op met de
milieudienst van uw gemeente of bij de IVRO.
Bij de aanschaf van een wormenbak bij je gemeente zullen er aangepaste
tijgerwormen bij worden geleverd.
LET OP !!!
Doe geen regenwormen in de bak !!! Ze zijn niet geschikt.
Het opstarten van een wormenbak
Leg onder in de wormenbak een bedding aan. Hiervoor kan je gebruik
maken van een hoeveelheid halfverteerde compost of stalmest, bevochtigde
papiersnippers, verfrommeld karton, stro of herfstbladeren. Een combinatie van
dit alles is ideaal.
Hierboven plaats je de compostwormen en de eerste laag groente- en fruitafval
(stukken niet te groot).
De eerste uren laat je wormenbak open zodat de lichtschuwe wormen verplicht
worden in de bodemlaag te kruipen om er te blijven.
De wormenbak mag nu dicht en we laten hem gedurende geruime tijd onaangeroerd
staan. De wormen hebben nu enkele weken de kans om zich te nestelen en aan te
passen aan hun nieuwe omgeving. Je controleert enkel of de wormen actief blijven
en overal verspreid zitten.
Het keukenafval ondergaat in die periode een eerste aanval van bacteriën in de
wormenbak. Na een drietal weken, wanneer de wormen het materiaal beginnen te
verwerken, kan je stilaan beginnen voederen en het systeem op dreef laten komen.
Wat de wormen te eten geven ?
Een worm moet wachten tot de bacteriën en schimmels het voedsel voor
hen mals hebben gemaakt zodat hij het kan opzuigen.
Zijn menu bestaat dan ook hoofdzakelijk uit vochtmateriaal. Grote stukken
verklein je tot enkele centimeters.
|
WEL |
NIET |
|
|
Hoe de wormenbak verder onderhouden ?
Een worm heeft nood aan een vochtige omgeving waar toch nog licht is om
te leven. Zorg er dus voor dat de wormen niet verstikken. Je mag ook niet te
veel in de wormenbak roeren.
Wormen hebben het graag rustig. Af en toe eens kijken of er nog wormen in de bak
zijn, kan geen kwaad.
Een 2-tal keren per jaar kan het zijn dat je de wormenbak moet leegmaken om het
verteerde materiaal te verwijderen en de bak opnieuw op te starten.
Compost
Het verteerde materiaal zit helemaal onderaan. Om het te oogsten maak
je onderste polybox leeg. De polybox met het onverteerd keukenmateriaal en de
wormen is de nieuwe startbak.
De zwarte, kruimelige wormencompost kan je nu oogsten.
De wormencompost moet eerst nog verder uitrijpen en vooral drogen. Nadat je de
compost gezeefd hebt, kan je hem gebruiken voor je kamer- en terrasplanten.
Percolaat
Het belangrijkste nevenproduct van de wormenbak is ‘percolaat’.
Dit is het vocht dat tijdens de vertering naar beneden sijpelt en dat je
onderaan van het kraantje kan aftappen. Dit percolaat is schitterend als voedsel
voor kamer- en balkonplanten. Je moet wel verdunnen als volgt: 10 % percolaat en
90 % water!
Prijs
Een wormenbak is te koop aan 20,00 euro/stuk
Meer info:
- Jeroen Vermeersch, milieuambtenaar
Marktplaats 2
8840 Staden
Tel. : 051 708 201
Fax : 051 704 286
E-mail :
jeroen.vermeersch@publilink.be;
ann.vanacker@publilink.be





