Nestkastjes
Tal van vogels gaan jaarlijks op zoek naar nestgelegenheid. Sommige vogels
maken een nest in een boom, in een dichte haag of tussen de begroeiing op de
grond, al naargelang de soort.
Voor soorten die nestelen in holtes, de holenbroeders, is het vaak moeilijk een
geschikte plek te vinden. Deze broedplaatsen zijn in de natuur niet altijd
aanwezig.
Je kunt deze vogels helpen door het plaatsen van nestkasten in uw tuin. Jouw
inspanningen worden beloond met het gezellige gedoe van de vogels die druk bezig
zijn met het opvoeden van hun kroost.
Speciale eisen
Hoewel niet alle holenbroeders even kieskeurig zijn stellen de meeste speciale eisen aan hun nestruimte of nestkast.

Daarom zijn er 4 types nestkasten die we aanbieden, die steeds geschikt zijn voor één of meerdere soorten:
- type 1: geschikt voor ringmus, koolmees, zwarte roodstaart, pimpelmees en bonte vliegenvanger (5,00 euro/stuk)
- type 2: geschikt voor de grauwe vliegenvanger (5,00 euro/stuk)
- type 3: geschikt voor roodborstje en winterkoninkje
Nieuw in ons aanbod is het nestkastje voor het roodborstje en winterkoninkje.De kastjes zijn gemaakt in een degelijke houtsoort en bewerkt met een milieuvriendelijke olie. Voor u begint is het goed om na te gaan welke soorten in uw omgeving voorkomen.
Waarom nestkastjes ophangen in jouw tuin?
Bovenstaande vogels zijn holenbroeders die in de natuur nestelen in holten
van bomen of ondiepe nissen van muren en gesteenten. Deze geschikte
broedplaatsen vind je niet meer in jouw onmiddellijke omgeving. Daarom wordt dit
nestkastje door die vogels dankbaar aanvaard en is ecologisch zeker verantwoord.
Een nestkastje ophangen in jouw tuin betekent zoveel als een gratis en
biologisch bestrijdingsmiddel voor ‘schadelijke’ insecten. Een bewoond
nestkastje is voor kinderen heel leerzaam, het kweekt eerbied voor de natuur aan
en verschaft aan iedereen veel natuurplezier.
Wanneer en hoe nestkastjes ophangen?

Je hangt ze best op in de winter !
Koolmezen, ringmussen en pimpelmezen die bij ons ’s winters blijven, gebruiken
ze om tijdens barre weersomstandigheden erin te schuilen en te slapen. Voor
enige kans op broedsucces, hang ze ten laatste in de vroege lente op.
Noch de hoogte, noch de oriëntatie spelen een grote rol. Maar als je de kans
hebt om ze met de invliegopening naar het zuidoosten, weg van de overheersende
regens, te plaatsen verdient dit de voorkeur. Met katten in de buurt is het ook
beter ze op 2 tot 3 meter hoogte op te hangen. Zorg ervoor dat de invliegopening
vrij is van neerhangende takken.
Vleermuizen verblijven in een kastje met een bijzondere vormgeving (horizontale
en verticale versmalling naar binnen). In deze kast bevindt zich een opgeruwde
houten wand waaraan de vleermuizen zich bij sterk uiteenlopende temperaturen
kunnen aanhangen.
Doordat dit model van onderen opengewerkt is, valt de ontlasting vanzelf naar
buiten en is reiniging van de nestkast niet nodig. Hierdoor is dit model zeer
geschikt voor bevestiging op plaatsen die moeilijk bereikbaar zijn.
Kenmerken:
- broedruimte: plat,
- taps toe lopendophanging: aan stam of huis,
- op een lichte plaats op 4 tot 6 meter
- hoogteinvliegopening: onderaan.
In elk geval moet jij er ook plezier aan hebben door de bewoners gemakkelijk te kunnen waarnemen. Dan zal je zeker voor dit nestkastje zorg dragen omdat jij het in jouw tuin waardevol zult vinden!
Hoe moet je dit nestkastje onderhouden?
Verwijder ieder jaar na het uitvliegen van de jongen het oude nest. Als er
voldoende voedsel is, gebeurt het vaak dat de ouders dadelijk een tweede nieuw
nest bouwen en een tweede broedsel groot brengen. In elke geval moet het oude
nest voor de winter verwijderd worden!
Doe je dit niet dan is de kans reëel groot dat de volgens de broedplaats mijden
omdat hun instinct hen geleerd heeft dat parasieten zich in oude nesten
schuilhouden.
Behandel dit nestkastje niet met carbolineum of andere natuuronvriendelijke
producten.
Vogels pikken vaak aan de rand van de invliegopening. Aldus zouden ze kunnen
giftige producten binnen krijgen. Het nestkastje is door ons behandeld met een
natuurvriendelijk product dat voor de bewoners onschadelijk is en er toch voor
zal zorgen dat jij jaren plezier aan dit nestkastje zult beleven.
Hoe kan je jouw tuin voor toekomstige bewoners aantrekkelijk maken?
Hoger staat reeds vermeld dat koolmezen, pimpelmezen en ringmussen bij ons ’s
winters aanwezig blijven. Gezien deze vogels bij voorkeur insecten of spinnetjes
eten en ’s winters deze voedselbron geleidelijk opdroogt, kun je ze helpen deze
moeilijke periode te overbruggen.
Hang vanaf 15 november tot ten laatste 15 februari wat vetbollen in de tuin, ook
pindanootjes samengehouden in dunne plastieknetjes zijn voor hen een lekkernij.

Voeder de vogels niet meer tijdens de lente want het zou wel eens kunnen
gebeuren dat moeder koolmees pindanoten zou willen voederen aan haar kleintjes,
met sterfte tot gevolg! Bij de groei hebben de jongen levend en eiwitrijk
voedsel nodig.
Vogels waarderen iets dichtere struiken die voor hun belagers moeilijk
toegankelijk zijn, waar zij bovendien lekkere hapjes als insectenlarven en in de
herfst bessen kunnen vinden (wij noemen zoiets een vogelbosje) en bomen waar ze
in de lente, hoog in de takken gezeten, kunnen pronken en zingen. Uiteraard kan
je tijdens de broedperiode beter niet om de haverklap hun woning storen door een
al te grote nieuwsgierigheid, met het risico dat ze eieren of jongen in de steek
laten.
Vermijd in elk geval het sproeien met insecticiden. Dit gif bedreigt niet alleen
de mens maar in eerste instantie de bewoners van de nestkasten. Hoe zwak de
oplossing die jij gebruikt ook is, met elke insectenlarve wordt aan de jongen
een klein pakketje gif aangevoerd. Dit gif bereikt voor deze heel kwetsbare
wezentjes heel snel de limietwaarde. In plaats van te sproeien, kun jij op jouw
gasten rekenen die voor jouw hun biologische bestrijdingsmethode opzetten.
Hoeveel nestkasten kan je ophangen in jouw tuin?
Het is zinloos er van één type heel veel op te hangen omdat de grootte en de vorm van de opening bepaalt welke vogelsoort ze zal bewonen. Eén koppel koolmezen zal in een kleine tuin geen tweede koppel dulden! Er is te weinig voedselvoorraad om al die bekjes van de jongen te vullen. Andere vogelsoorten worden niet verjaagd omdat deze hun voedsel halen op plaatsen waar de koolmees zelf niet of in elk geval minder op onderzoek gaat. Bij een voldoende ruime tuin kan dat wel, en dan best nog van een verschillend type (voor roodstaart, grauwe vliegenvanger, boomkruiper, …).
Meer info:
Jeroen Vermeersch, milieuambtenaar
Ann Van Acker
Marktplaats 2, 8840 Staden
Tel. : 051 708 201
Fax : 051 704 286
E-mail :
jeroen.vermeersch@publilink.be;
ann.vanacker@publilink.be





