Zonder is gezonder
Waarom zonder pesticiden?
Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen kan gevaar opleveren voor de gezondheid van mens en dier. En soms kunnen die pesticiden nog lang nawerken. Zo heeft onderzoek van het Steunpunt Milieu & Gezondheid aangetoond dat een schadelijk afbraakproduct van het allang verboden bestrijdingsmiddel DDT nu nog kan teruggevonden worden in het bloed van baby’s, jongeren en volwassenen. Daarom weren de Vlaamse gemeenten pesticiden uit het openbaar groen.
Al sinds 2004 zetten we de eerste stappen naar openbaar groen dat volledig pesticidenvrij is. En waar we toch nog sproeien, is rationeel omgaan met pesticiden de boodschap. En je merkt dat het werkt. Madeliefjes, klaprozen en andere kruiden kleuren de bermen. In de parken vind je graspaden en is er meer onderbegroeiing. Onkruidbranders, borstel- en veegmachines verschijnen steeds vaker in het straatbeeld. Bij de heraanleg van een park of straat wordt rekening gehouden met een pesticidenvrij beheer. Je herkent de groenstroken die worden beheerd zonder herbiciden aan het volgende bord.

Alle openbare besturen en burgers zijn samen goed voor ruim 30% van het bestrijdingsmiddelengebruik in Vlaanderen. Ook jij kan dus je steentje bijdragen. Dat begint met restjes en lege verpakkingen bij het Klein Gevaarlijk Afval (KGA) onder te brengen. Dit geldt ook voor restanten van producten die je allang niet meer gebruikt en die vergeten in een hoekje staan. Alle lege verpakkingen en overschotten kan je naar de KGA-inzamelplaats brengen op het recyclagepark.
Hoe minder pesticiden we met z’n allen gebruiken, hoe meer we kunnen genieten van een gezond milieu. Probeer alvast onze tips uit!
Tips, met respect voor de natuur

Om de natuur zo weinig mogelijk te belasten met chemische bestrijdingsmiddelen, geven we hieronder enkele eenvoudige en praktische tips:
Last van bladluizen?
Met een krachtige waterstraal kan je heel wat bladluizen van de plant spuiten.
In de herfst kan je de aangetaste plantendelen afknippen. Zo overwinteren er
minder eitjes. Heeft de plant jaar na jaar last van bladluizen? Dan spreken we
van een plaag en staat de plant niet echt op zijn plaats. Overweeg om hem te
verplanten of weg te doen.
Geef onkruid geen kans
Bedek de bodem met doorlevende kruidachtige planten of bodembedekkende struiken.
Het onkruid krijgt dan geen kans door licht- en plaatsgebrek.
Gebruik bij de aanplant een dikke laag compost of houtsnippers van 10
centimeter. Zo vermijd je in het begin onkruid en kunnen de bodembedekkers
optimaal groeien.
Met de hand of door het vuur
Wied kleine oppervlakten met de hand. Voor grotere oppervlakten kan je een
onkruidbrander gebruiken. Brand het onkruid om de 2 à 3 weken weg. Het
onderliggende wortelstelsel wordt door vocht- en krachtverlies uitgeput waardoor
het onkruid uiteindelijk helemaal verdwijnt.
Harken bij warm weer
Hou paden met kiezelsteentjes onkruidvrij door regelmatig te harken. Doe dit bij
voorkeur bij warm weer zodat de losgeharkte plantjes snel opdrogen en afsterven.
Mengsel van gras en klaver
Een nieuw gazon? Informeer bij je tuincentrum naar een gazonmengsel, aangevuld
met miniklavers. De klaver zorgt op natuurlijke wijze voor een bemesting van je
gazon. Zo blijft het gras het hele jaar door donkergroen. Ook vormt het mengsel
van klavertjes en grassoorten een compacte grasmat waardoor het onkruid amper de
kans krijgt om te groeien.
Mos: met of zonder?
Mos doet het op schaduwrijke plaatsen beter dan gras. Een graspartij in de
schaduw zal dus vaak last hebben van mos. Je kunt het mos laten staan, of het
vervangen door een verharding of door schaduwminnende planten zoals varens,
hosta’s of kamperfoelie.
Minder muggen
Vermijd stilstaand water in emmers, gieters enzovoort. Heb je een vijver? Weet
dat er insectenetende vissen bestaan. Houd muggen buiten door het plaatsen van
horren in deur- en raamopeningen. Of bescherm jezelf en je kinderen met een
muskietennet boven het bed.
In de moestuin
Voorkom bodemziekten in je moestuin door vruchtwisseling of gebruik
ziekteresistente rassen. Ook combinaties van verschillende teelten voorkomen
ziekten.
Tegen slakken
Slakken zijn dol op jonge plantjes. Zorg er daarom voor dat ze er niet
gemakkelijk bij kunnen. Slakken kan je weghouden met sparrennaalden, gemalen
schelpen of kapotte eierschalen. Of zorg ervoor dat de plantjes sneller groeien,
bijvoorbeeld door de bodem te bedekken met zwarte folie zodat die sneller
opwarmt. Egels en vogels eten graag slakken. Richt je tuin daarom
diervriendelijk in door nestkastjes te hangen of door een heg of houtkant aan te
planten.
Info: www.zonderisgezonder.be
| Verschenen op: | 5/05/08 |
| Datum archivering: | 29/06/08 |
| Dienst: | Algemeen |





